EERSTE HUMANITAIRE INTERVENTIE

Geplaatst op 10 september 2003 door Jerrol Renfurm
Vanaf februari 1895 woedde er een felle burgeroorlog in Cuba. De opstand was gericht tegen de Spaanse overheersing. Aanleiding voor deze oorlog was het wanbeleid van Spanje...
Inleiding
Vanaf februari 1895 woedde er een felle burgeroorlog in Cuba. De opstand was gericht tegen de Spaanse overheersing. Aanleiding voor deze oorlog was het wanbeleid van Spanje, dat hoge belastingen hief aan de Cubaanse bevolking. De burgeroorlog werd hevig door beide partijen bevochten. De opstandelingen vernietigden de suikerplantages, om het eiland waardeloos voor Spanje te maken. Een jaar later werd de Spaanse generaal Weyler ingezet om de opstand de kop in te drukken. Hij voerde het zogenoemde ´Reconcentrados-beleid´. Dit waren een soort concentratiekampen waarin de bevolking in steden of dorpen bijeen werden gebracht en die niet werden voorzien van voedsel. Het gevolg was dat duizenden Cubanen aan de hongerdood stierven.
De Cubaanse burgeroorlog tastte de Amerikaanse economie aan en wekte emotionele sentimenten op. De yellow press in de Verenigde Staten voedde dit gevoel door het vermelden van de wandaden die Spanje in Cuba verrichtte. De roep in de V.S. om een humanitaire interventie werd dan ook steeds groter. Interventie door de V.S. werd ook aangewakkerd toen op 15 februari 1898 het Amerikaanse slagschip The Maine door een explosie zonk in de haven van Havana. De yellow press gaf Spanje de schuld hiervan. Vanaf die datum verslechterde de relatie tussen de Verenigde Staten en Spanje, wat uiteindelijk resulteerde in de Spaans-Amerikaanse oorlog, die op 21 april 1898 uitbrak.

De centrale vraag in dit essay is, welke argumenten de Londense krant The Times in die tijd heeft gebruikt om de Amerikaanse interventie in Cuba te legitimeren. Hierbij worden enkele deelvragen gesteld. Hoe was de toestand in Cuba voor en na de Amerikaanse interventie? In hoeverre koos The Times partij in het conflict? Hoeveel betrokkenheid toonde The Times bij het humanitaire leed? En hoe woog The Times het humanitaire motief af tegen mogelijke andere motieven? In dit essay worden al deze vragen aan de orde gesteld. The Times is een Engels nationaal, onafhankelijk conservatief en regeringsgezind dagblad. Hieruit zijn alleen de hoofdredactionele commentaren behandeld. The Times behoort tot de beste kranten ter wereld.
 
{mospagebreak}Humanitaire Schets van Cuba voor de Amerikaanse interventie
Zoals hierboven beschreven, schrijft J.W. Pratt de Amerikaanse interventie toe aan het humanitaire motief. Er werd volgens hem dus militair ingegrepen in een gebied dat tot een andere natie behoorde, in het belang van de menselijkheid. Hoe de toestand in Cuba was, die leidde tot de interventie, zal hierna in het kort worden beschreven.
Op 24 maart 1898 beschreef The Times het humanitaire leed in Cuba aan de hand van toespraken die in de Amerikaanse senatoren werden gehouden. De situatie in straten van Havana was verschrikkelijk volgens hen. De Cubanen liepen er rond als waren het levende skeletten en waren in vodden gekleed. Het Rode Kruis zou over cijfers beschikken dat 425.000 Cubanen de hongerdood waren gestorven en dat ongeveer 200.000 in zo"n slechte toestand verkeerden dat ook zij weldra zouden sterven. Senator Gallinger meldde: “ That no people on earth had been so oppressed as the people of Cuba".
Het consulaat van de V.S. in de Cubaanse provincie Sagua la Grande melded eveneens dat de situatie zeer ernsig was: “ Fifty thousand people in this district are without food and must soon die". Ook generaal Lee, gezant van de V.S. in Havana, beschreef de situatie in Cuba. Hij vertelde dat er in het concentratiekamp in Havana elke dag tussen de 40 en 50 mensen stierven en dat als iemand in het kamp geplaatst werd, die persoon nog maar maximaal 10 dagen te leven had.
Het wanbeleid en de wrede praktijken van de Spanjaarden in Cuba, werden op deze manier onder de aandacht van het Amerikaanse volk gebracht. In de V.S. ontstond er dan ook een roep naar de regering om te interveniëren. Door de druk van de Amerikaanse bevolking, het Congres en de Senaat om te interveniëren in Cuba, diende president McKinley een verzoek in bij de Spaanse regering. Hij vroeg de regering in Madrid zorg te dragen voor een vreedzame oplossing voor de problemen in Cuba. Op 27 maart stelde de Amerikaanse president voor dat de concentratiekampen werden afgeschaft, dat er een wapenstilstand werd aangeboden aan de Cubaanse rebellen en dat er vredesgesprekken zouden moeten volgen met president McKinley. Op 28 maart vermeldde The Times dat de president door middel van een telegram aan Spanje duidelijk maakte dat hij de onafhankelijkheid van Cuba als de enige mogelijkheid zag om het conflict te beëindigen. Spanje, dat elk conflict met de V.S. wilde voorkomen, voldeed aan al deze eisen, behalve het verlenen van de onafhankelijkheid aan Cuba.
{mospagebreak}De motieven voor de Amerikaanse interventie
Op 15 februari 1898 was het Amerikaanse slagschip The Maine door een explosie gezonken in de haven van Havana. De yellow press in de V.S gaf Spanje hier de schuld van. Tijdens deze ramp lieten 260 Amerikaanse mariniers het leven. De bevolking in de V.S. zou deze gebeurtenis niet makkelijk vergeten en ´Remember The Maine´ werd een populaire uitspraak. Spanje had de V.S. laten weten dat zij niet achter de vernietiging van het schip zat en wilde de oorzaak van de explosie laten onderzoeken door een internationaal team. Vanwege de zogenaamde ´Monroe-doctrine´ wees de V.S. dit echter van de hand. De doctrine hield in dat Europese landen niet mochten koloniseren en interveniëren op het Amerikaanse continent. De V.S. zouden hun eigen mensen naar Havana sturen om de ware toedracht van de explosie te onderzoeken en Spanje zou hetzelfde doen.

Op 26 maart 1898 werd het onderzoeksresultaat in de V.S. gepubliceerd. De onderzoekers concludeerden dat Spanje schuldig was aan de vernietiging van het schip. In The Times van 12 April werd beschreven dat het om een externe explosie ging, die veroorzaakt was door een krachtige drijvende mijn. Hierna was de munitie in het schip geëxplodeerd. Het Spaanse onderzoeksteam was echter tot de conclusie gekomen dat het helemaal niet om een drijvende mijn ging, maar dat de explosie intern was veroorzaakt, door het exploderen van de munitie aan boord van het schip.

President McKinley van de V.S. stuurde op 11 april de boodschap naar het Congres dat de oorlog in Cuba moest eindigen in naam van de humaniteit. Op de 20ste van die maand werd er een resolutie naar Spanje gestuurd, waarin Spanje werd opgedragen haar autoriteit op Cuba op te geven. Door middel van het Teller-Amendement, werd het voor V.S. onmogelijk om Cuba te koloniseren of in te lijven in de Unie. Spanje zou echter nooit haar gezag over haar eigen soeverein gebied opgeven en daarom begon op 21 april de Spaans-Amerikaanse oorlog.

Humaniteit was volgens The Times niet het motief voor de Amerikaanse agressie. Er waren tal van argumenten die gezamenlijk tot de oorlog hadden geleid. De Spaanse handelingen in Cuba hadden bij de Amerikanen veel irritatie opgewekt. De V.S. zocht volgens The Times naar alternatieve argumenten om te interveniëren in Cuba.

De Amerikanen wilden ten eerste een einde maken aan de wreedheden en het bloedvergieten in Cuba. Het feit dat dit gebeurde in een gebied dat toebehoorde aan een andere natie, mocht volgens het blad geen reden zijn om niet in te grijpen. Ten tweede was de V.S. volgens The Times verplicht te interveniëren, omdat haar burgers in Cuba het leven niet meer zeker waren. Ten derde werd het recht te interveniëren gerechtvaardigd door te wijzen op de schade die er geleden werd aan de handel, door de vernietiging van het land en aan het bezit van Amerikaanse burgers. Tot slot werd gesteld dat de situatie in Cuba een constante dreiging vormde voor de V.S. Dit naar aanleiding van het verloren slagschip The Maine.

Volgens The Times was de Maine-affaire het sterkste argument om de Cubaanse kwestie te rechtvaardigen. In het begin van de maand werd dit al duidelijk. Op 4 april werd er in de krant geschreven dat: "At any rate, the Maine disaster will be thoroughly exploited and be made the basis of much that may be said". En als er oorlog tussen beide landen zou uitbreken: “the Maine disaster constitutes the strongest ground for it". De eisen die President McKinley op 27 maart aan Spanje stelde, waren allemaal door Spanje ingewilligd. Spanje maakte een einde aan het Reconcentrados beleid, verving de omstreden generaal Weyler door generaal Blanco en stelde een wapenstilstand aan de Cubaanse rebellen voor. Spanje deed er alles aan om de situatie in Cuba te verbeteren.

Ondanks deze pogingen van Spanje verklaarde de V.S. toch de oorlog aan Spanje, maar volgens de betrokken en pers niet om humanitaire motieven, “The Maine explosion itself was an act of war", zo meenden Senator Stewart en The Times. Het argument om op grond van humanitaire overwegingen oorlog te voeren bestond aan het einde van de negentiende-eeuw nog niet. Volgens The Times had elke staat dan ook het recht om naar eigen wens op te treden in soeverein gebied.

{mospagebreak}Partijdigheid
In het conflict tussen de V.S. en Spanje koos The Times duidelijk partij. De krant stond volledig achter de V.S. en bekritiseerde Spanje meer dan de V.S. “ Our sympathies, so far as the Cuban question is concerned, are with the American people". De krant koos voor de Amerikanen omdat zij de mistanden in Cuba wilden verhelpen. Niet alleen omdat de V.S. een einde wilde maken aan het wanbeleid van Spanje, maar ook omdat de Amerikaanse handel eronder leed. De basis van het hele conflict bleef volgens de krant het verlies van het slagschip The Maine. Dat de krant de kant van de V.S. koos was misschien wel te verklaren uit het feit dat de krant behoorde tot de grootste maritieme natie toen op aarde en dat het verlies van een oorlogsschip iets verschrikkelijks was. Partijdigheid werd ook bepaald door het feit dat Groot-Brittannië en de Verenigde Staten twee Engelssprekende naties zijn. Ondanks de sympathie van The Times voor de V.S. was er ook een beetje sympathie voor Spanje. Spanje moest namelijk wel een hele grote prijs betalen en dat werd zeer pijnlijk geacht voor zo"n patriottisch land.

Cuba na de Amerikaanse interventie
Op 12 augustus 1898 werd de Spaans-Amerikaanse oorlog beëindigd met een wapenstilstand. Dit gebeurde nadat de Verenigde Staten bijna alle Spaanse koloniën hadden veroverd en Cuba had bevrijd van de Spanjaarden. De situatie in Cuba werd op 20 september beschreven door een correspondent van The Times in Havana. De toestand was er, zo meende hij, hopeloos. De aanvankelijke verwachting was dat, door het verdrijven van de Spanjaarden, de Cubanen gemotiveerd zouden zijn om te beginnen met de wederopbouw van hun land. Maar het tegendeel bleek het geval. Burgers en soldaten waren gedemoraliseerd en ongemotiveerd. Het hulpprogramma van de V.S. was nog steeds niet op gang gekomen en voedsel was schaars. Door heel Cuba trokken rovers en bandieten rond. Over deze mensen vroeg de correspondent zich dan ook gedesillusioneerd af: “Are they not likely to give the American Government almost as much trouble as they gave to Spain?".
Er zou veel op Cuba moeten gebeuren, maar dat kon pas na de vredesonderhandelingen. Het vredesverdrag werd op 10 december 1898 getekend, waarbij de V.S. alle Spaanse koloniën overnam en Cuba een onafhankelijke republiek werd.

Conclusie
Het optreden van Spanje in Cuba, tijdens de Cubaanse opstand, werd in de Verenigde Staten met argusogen gevolgd. Het Amerikaanse sentiment werd erdoor beïnvloed, wat uiteindelijk resulteerde in een humanitaire interventie op Cuba. De President van de V.S. was hiervan heel overtuigd. Volgens The Times koersten beide landen richting van een oorlog, door "The Maine disaster". Zoals The Times het beschrijft, was dit incident bepalend voor de verhoudingen tussen de twee landen. De diplomatie werd erdoor beïnvloed. The Times stond in dit conflict aan de Amerikaanse kant. Na de Spaans-Amerikaanse oorlog was de toestand in Cuba nog steeds slecht te noemen. De oorlog was echter niet direct een humanitaire zegen voor de Cubanen. Ze kwamen nog steeds om van de honger, omdat voedsel nog steeds schaars bleef. Toch doet het enthousiasme van president McKinley om op te treden tegen de wantoestanden in Cuba vermoeden, dat voor het eerst in de geschiedenis een oorlog werd gevoerd om het humanitaire leed van anderen te verzachten.
 
Bericht geplaatst in: artikel