STAD IN DE BRAND
Geplaatst op
10 november 2005
De aanleiding voor volksrellen zit in grote én kleine dingen. In 1886 was een verbod op het spelletje palingtrekken genoeg om achtergestelde Amsterdammers tot opstand aan te zetten.
De verschillen in de samenleving kunnen tot spanningen leiden. In de negentiende eeuw was de elite bepaald niet gecharmeerd van 'het volk' dat hen omringde.
![]() Soldaten schieten tijdens het Amsterdamse Palingoproer (1886) op demonstranten. Er vallen 25 doden. |
De burgerij werd hierdoor onrustig. De 'volkse aard' stond hen niet aan: het volk was in hun ogen ruw, bot, onberekenbaar. Hiertegen was eigenlijk maar één oplossing: de nieuwe groep onder controle brengen door ze tot nette burgers op te voeden. Met een zogenaamd 'beschavingsoffensief' probeerde de burgerij de lagere klassen verantwoord gedrag bij te brengen. In het kader hiervan werden bepaalde gewoontes de kop ingedrukt. Veel arbeiders dronken bijvoorbeeld stevig. De bestrijding van alcoholisme werd nu gezien als de weg uit armoede en ellende.
Een ander voorbeeld van het inperken van de volkse cultuur was het aanpakken van het 'palingtrekken'. Bij dit Amsterdamse spel werd een touw over een gracht gespannen met daaraan een levende paling. Vanuit bootjes probeerden deelnemers de paling van de lijn te rukken. Er kwam een verbod op dit 'wreed volksvermaak', maar dat hield de Amsterdammers niet tegen. 25 juli 1886 werd op de Lindegracht een palingtrek-wedstrijd georganiseerd. De politie trad meedogenloos op, met een felle volksopstand tot gevolg die dagenlang aanhield. Bij dit 'Palingoproer' vielen 25 doden
